Online Training Dragers

Basis van het dragen
  • Wanneer je stilstaat, sta je altijd met je handen voor je buik (gevouwen met links over rechts) en voeten recht naast elkaar. Dit geldt zowel buiten als binnen, bij de auto als bij de overledene.
  • Wanneer je loopt begin je altijd met linkerbeen en loop je in formatie en in gelijke pas. Houd hierbij altijd de pas aan van degene die voor je loopt. De twee voorste dragers stemmen hun pas op elkaar af. Gezegde ‘een goed begin is het halve werk’ geldt bij in de pas lopen vrijwel als ‘een goed begin is het hele werk’. Zolang iedereen tegelijkertijd met het linkerbeen eerst begint gaat het goed. Ook het in de pas lopen geldt voor alle momenten dat je loopt; Zowel vanuit de bus als naast de auto en in de kerk.
  • Wanneer een kist vervoerd wordt gaat deze altijd met het voeteneind eerst.
  • Als je als groepje van 4 of 6 dragers klaarstaat is het belangrijk dat je op lengte opstelt. De langste lopen altijd achteraan, de kortste vooraan. Hierbij wordt de hoogte van de schouders aangehouden.

Buiging:

  • Een buiging maak je door je schouders naar voren te bewegen tot een hoek van ongeveer 45°. De buiging is niet te snel, maar ook niet te langzaam. Armen en handen houd je tijdens de buiging strak naast je. Je hoed heb je altijd af tijdens de buiging.
  • Een buiging geef je maximaal 4 keer per uitvaart: Aankomst stoet, na indragen in aula/kerk, voor uitdragen uit aula/kerk, na het neerzetten op het graf.
  • In een katholieke dienst kan door de UVL gevraagd worden te knielen voor het altaar. Dit is gebruikelijk en dient te worden uitgevoerd.